Nieuwsberichten

Bloedverdunners

Vanuit de Kwaliteitswerkgroep VRM en vanuit de scholingsenquête, bleken er veel vragen te zijn over de verschillende soorten bloedverdunners. Myrna Leine, huisarts en kaderarts VRM, heeft de informatie voor u op een rijtje gezet.

Trombocytenaggregatieremmers

Trombocytenaggregatieremmers zijn medicijnen die ervoor zorgen dat de bloedplaatjes niet goed meer aan elkaar kleven. Voorbeelden hiervan zijn acetylsalicylzuur, carbasalaatcalcium, clopidogrel, ticagrelor en prasugel. Wilt u het artikel toegestuurd krijgen waarin de werking van deze medicatie wordt uitgelegd? Stuur dan een bericht naar info@ketenzorgnu.nl.

Stollingscascade

De andere middelen grijpen in op de zogenoemde stollingscascade. Hiervan zijn acenocoumarol en fenprocoumon de bekendste. Dit zijn de zogenoemde coumarinederivaten of vitamine-k-antagonisten, tegenwoordig vaak afgekort als VKA. Bij deze middelen moet de INR gecontroleerd worden door de trombosedienst. Ze werken doordat ze de synthese van de stollingsfactoren II, VII, IX en X en van proteïne–C of proteïne–S blokkeren (zie de figuur 1).

 

NOAC’s of DOAC’s

De VKA’s worden tegenwoordig veel vaker vervangen door NOAC’s of DOAC’s. Deze namen worden door elkaar gebruikt. De middelen werken direct op de bloedstolling vandaar de naam direct werkende orale coagulantia (DOAC). NOAC wordt gebruikt als ‘niet vitamine K antagonisten’. Bij deze middelen hoeft de INR niet gecontroleerd. Wel is van belang dat in ieder geval de nierfunctie jaarlijks gecontroleerd wordt. De middelen die nu verkrijgbaar zijn zijn apixaban, edoxaban, rivaroxaban en dabigatran.

Vanwege de korte halfwaardetijd van NOAC’s gaat de beschermende werking al snel verloren bij het vergeten van een of meerdere tabletten de beoogde bescherming tegen een CVA snel verloren gaat; adequate therapietrouw is daarom vooral bij NOAC’s van groot belang. Van belang is ook dat de juiste dosering wordt gegeven voor de indicatie en dat de dosering bij een gestoorde nierfunctie wordt aangepast.
Uit klinisch onderzoek zijn bij gebruik na een klepprothese en reumatische mitralisklepstenose ernstige bijwerkingen gemeld, zoals hogere sterfte, trombo-embolieën en bloedingen. Dit is de reden dat NOAC’s hiervoor gecontraïndiceerd zijn.

Heparines

De laatste groep zijn de heparines. Die komen we niet vaak tegen en zijn (meestal) tijdelijk. Omdat NOAC’s tegenwoordig ook gegeven mogen worden bij een trombosebeen en longembolie en de middelen direct werkzaam zijn (niet allemaal), wordt voor deze indicatie steeds minder vaak de laagmoleculaire heparines gegeven als nadroparine, daltaparine, enoxaparine en tindaparine (fragmin, clexane, innohep etc)
Tegenwoordig wordt vaak een combinatie van trombocytenaggregatieremmers en NOAC’s gegeven in geval van een ACS bij atriumfibrilleren. Afhankelijk van de precieze indicatie en het bloedingsrisico worden de trombocytenaggregatieremmers na een bepaalde periode gestopt.

Meer informatie

Heeft u nog vragen aan Myrna over bloedverdunners? Stuur dan een bericht via Portavita Consult, kaderarts VRM.

Geplaatst in:

Alle nieuwsberichten

Voortgang O&I

27 november 2018

Gezamenlijk is een regioplan opgesteld met een overzicht van wijkzorg, regiozorg en ketensamenhang. In september is dit besproken met Zilveren Kruis en is geborgd dat het huidige regiobudget (ketenoverhead en…

Lees verder

Update variabele bekostiging

27 november 2018

Dit jaar zijn de variabele bekostigingsdoelen ingericht op persoonsgerichte zorg. Elke praktijk die deelneemt aan Het Nieuwe Zorgwerken (HNZW) komt in aanmerking voor deze bonus. Dit kan bijvoorbeeld door te…

Lees verder

HNZW live

27 november 2018

Wie is er nu eigenlijk verantwoordelijk voor ziektemanagement, leefstijl een medicatie trouw? Is het de patiënt of is dat de professional? Hoe communiceren wij over deze verantwoordelijkheid en wat heeft…

Lees verder

Meer nieuwsberichten